Geen gele kaart, maar een Verwonderingskaart tijdens Onderwijsfestijn!

Verwonderingsvragen DaVinci onderwijsmethode

Leerkrachten uit heel Nederland waren woensdag 20 september, de dag na Prinsjesdag, aanwezig tijdens Hét Grote DaVinci Onderwijsfestijn 2017. Het educatieve festijn stond dit jaar geheel in het teken van buiten lesgeven, met lezingen van onder meer kunstenaar Theo Jansen en inspiratiesessies waar de laatste innovaties voor buitenonderwijs te aanschouwen waren. Iedere deelnemers aan het Onderwijsfestijn keerde huiswaarts met een nieuw hulpmiddel om te onderwijzen vanuit de grondgedachte dat alles met alles te maken heeft.

De Verwonderingskaart is een bijzonder handzaam hulpmiddel om de als leerkracht kinderen te ondersteunen bij het leren vanuit verwondering. De kaart bestaat uit 8 mogelijkheden om binnen thema een vraagstuk aan te zwengelen op een manier die alle kinderen betrekt en hun volle aandacht opeist.

De acht ‘verwonder’-categorieën zetten we hieronder, met een korte aanwijzing per categorie hoe daarmee om te gaan.

Vroeger/nu/later
Zet het onderwerp in een andere tijd. Bijvoorbeeld: hoe bouwden ze vroeger een piramide? Hoe zouden ze dat tegenwoordig doen? Welke middelen zal men inzetten? En hoe zouden ze dat in de toekomst doen?

Op andere plaats
Zet het onderwerp op een andere plek. Bijvoorbeeld: wat doet een Nijlkrokodil als we hem in de Maas uitzetten? Wat gaat hij eten? Vindt hij het klimaat fijn? Welke kant gaat hij opzwemmen? Hoe kunnen we een Nijlkrokodil op de maan laten leven? Wat is daar voor nodig?

Opdelen in stukken
Neem een onderdeel van het onderwerp. Bijvoorbeeld: we willen niet aan de slag met een hele fiets, maar we pakken alleen een wiel. Wat gaan we ermee doen? Wat kunnen we ermee? Hoe gaan we het gebruiken?

Groter/kleiner/niet
Maak het onderwerp groter, kleiner (bijvoorbeeld in aantallen) of haal het weg. Wat doen we met koeien als er ineens 25 miljoen in Nederland zijn? Waar gaan we ze laten? Moeten er andere verblijven komen? Wat doen we met koeien als er maar 2 in Nederland zijn? Of als er helemaal geen koeien zouden zijn?

Ander hoofd
Denk met het hoofd van een ander. Hoe zou koning Willem-Alexander een lamp vervangen? Of hoe zou Pipi Langkous dat doen? Welke hulpmiddelen zouden ze inzetten? Zouden ze dat alleen doen of met andere mensen?

Andere toepassing
Bedenk een andere toepassing voor het onderwerp. Waar zouden we een vork nog meer voor kunnen gebruiken dan alleen ermee te eten? Wat zouden we met auto’s kunnen doen behalve ze te gebruiken als vervoersmiddel?

Omgeving verandert
Verander de omgeving van het onderwerp. Wat zou er gebeuren met jou als de zwaartekracht wegvalt? Hoe zou je dag eruit zien? Welke aanpassingen zou je moeten maken? Kun je alles doen wat je nu ook doet?

Foute oplossing
Bedenk de meeste foute oplossing. Wat moet je vooral niet doen als je meer kinderen op je school wil krijgen?
Wat moet je vooral niet doen met een ijsbeer?

Verwonderkaarten bestellen voor jouw school? Dat kan!