Het Ersösz model geeft inzicht in de factoren die nodig zijn om een verandering soepel te laten verlopen. Het gaat uit van 5 factoren die je nodig hebt om succesvol te veranderen: visie, vaardigheden, prikkels, middelen en een plan van aanpak. Als 1 van deze factoren ontbreekt, verloopt je verbeterproces niet soepel. Er ontstaat verwarring, onzekerheid, weerstand of frustratie. Of komt de vernieuwing komt gewoon niet op gang.

model ersosz

Visie

Een duidelijke visie voorkomt verwarring. Wat wil jij, of je school, bereiken met de onderwijsvernieuwing? Is de onderwijsvernieuwing misschien onderdeel van een groter doel? Past het binnen jullie missie? Waarom willen jullie deze verandering doorvoeren? Als jij en je collega’s goed weten waarom jullie iets doen, kunnen jullie gericht werken aan verandering.

géén visie = verwarring

Urgentie

Als er voor de onderwijsvernieuwing onvoldoende urgentie is, kan er weerstand ontstaan. Waarom vinden jullie het belangrijk dat deze vernieuwing er komt? Bespreek met elkaar hoe het écht gaat en neem daarin bijvoorbeeld potentiële bedreigingen mee en discussiëer over mogelijke oplossingen.

géén urgentie = weerstand

Plan van aanpak

Een plan van aanpak waarin staat wie, wat, wanneer doet is noodzakelijk. Wanneer bijvoorbeeld de acties niet goed zijn uitgewerkt, is het verstandig met je team opnieuw af te spreken wie, wat, wanneer doet.

géén plan = chaos

Middelen

Geen enkel verbeterproject kan zonder de noodzakelijke middelen. Tijd voor het bedenken en uitvoeren van de verbeteractiviteiten en het beschikken over voldoende financiële middelen zijn twee belangrijke voorbeelden van noodzakelijke middelen. Ontbreekt het hieraan dan kan er nog zoveel enthousiasme zijn, teamleden raken op den duur gefrustreerd.

géén middelen = frustratie

Competenties

Het werken met DaVinci vereist andere kennis en vaardigheden dan het werken met een standaard methode. Denk dan aan bijv. de 21ste eeuwse vaardigheden nodig of klassenmanagementvaardigheden om 30 kinderen vanuit eigen leervragen te begeleiden. Soms moeten teams of collega’s extra training krijgen om nieuwe vaardigheden goed uit te kunnen voeren. Als deze vaardigheden ontbreken kan er onzekerheid ontstaan.

géén competenties = angst

Bovenstaande factoren creëren het juiste klimaat voor deze onderwijsinnovatie en voorkomen een valse start.

Afsluitend zijn de fases implementatie en consolidatie belangrijk. Hiervoor zijn andere modellen van toepassing zoals het hele basale driefasenmodel van Lewin: unfreeze, change en refreeze of het 8-stappenplan van Kotter met factoren als: communicatie, verwijderen obstakels, het realiseren van “quick wins”, het niet te snel loslaten en borging van de verandering.

DaVinci kan je hierbij helpen. Dat doen we altijd in overleg en op maat.